Wat kunnen bestuurders leren van theatermakers?

“In theater maken zit innovatief denken en doen ingebakken”, zegt David Linssen, die organisaties helpt om (digitale) vernieuwingen van de grond te laten komen.

Een regisseur die aan een voorstelling werkt laat acteurs en decorontwerpers eerst onbevangen scenes onderzoeken. Geen idee is te gek. Pas daarna maakt deze van de ideeën die werken een lopende voorstelling en stuurt bij om tot een goed lopend geheel te komen.

Twee opgaves tegelijk: bewaken en ontwikkelen.

Bestuurders van organisaties hebben een lastige opgave. Ze moeten bewaken dat de organisatie vandaag goed functioneert. Tegelijkertijd moeten ze zorgen dat de organisatie zo wendbaar is dat die zich kan aanpassen aan veranderingen in de markt (aan veranderende behoeften van hun klanten, aan klimaatverandering, nieuwe technologie enzovoorts).

Beloon je voorspelbaar en controleerbaar houden of tot iets nieuws komen?

Maar hun werknemers zijn vaak gericht op dingen voorspelbaar en controleerbaar houden. Dat is gedrag dat beloond wordt: de doelen zijn gehaald, de uitgaven zoals voorspeld.

Maar om tot iets nieuws te komen moet je kunnen spelen en experimenteren met het materiaal, net als theatermakers. “Deels is het goed dat mensen bewaken wat gewoon goed gaat. Tegelijkertijd moeten ze de ruimte krijgen om dingen te proberen”. 

Waarom is dat zo ingewikkeld?

“Veel organisaties zijn gevormd naar verantwoordelijkheden, bijvoorbeeld ‘winst maken’ of ‘kwaliteit bewaken’. We vinden het fijn als een ziekenhuis heel goed is in het goed en efficiënt uitvoeren van bepaalde operaties. Niemand wil dat chirurgen gaan lopen ‘freewheelen’ terwijl ze zelf op de operatietafel liggen”.

“Toch willen ook ziekenhuisbestuurders profiteren van innovatie. Dan ontdek je dat die cultuur van voorspelbaarheid—wat je zo krachtig maakt—ook tegen je kan werken.Omdat je iedereen hebt afgeleerd om af te wijken van de norm.”

Wat houdt organisaties tegen om (ook digitaal) te innoveren? Hoe zouden ze meer als theatermakers kunnen denken?

Ideeën onderzoeken of uitproberen blijft altijd spannend. Ook voor ervaren acteurs. Daarom zijn er heldere gedragsregels in het repetitieproces. ‘Alles mag uitgeprobeerd’ is zo’n regel. Want als iedereen elkaars ideeën alleen maar afschiet, dan komt er geen voorstelling.

Een acteur moet zich vooral veilig voelen om dingen uit te proberen. Als iemand in een organisatie weet dat er iemand klaar staat om een mes in diens rug te steken, kijkt die wel uit om dingen anders te doen. Vaak zijn systemen’ vastgeroest en is het bijna onmogelijk om te bewegen.

“Innovatie vraagt echt om een andere cultuur. Waarin experimenteren veilig is. Met de uiterlijkheden van brainstorms en post-its plakken zonder die cultuur kom niet tot werkelijke vernieuwing”.

Beloning voor innovatie ontbreekt op verschillende manieren. Om te beginnen is er in veel organisaties een verstikkende succescultuur. Hier mag niet eens hardop benoemd worden dat verbetering nodig is. Omdat dat gezien kan worden als persoonlijk falen van het leiderschap. Terwijl iedereen met een greintje ervaring weet dat alleen maar succes helemaal niet bestaat. 

Daarnaast leeft er een breed gedragen mythe dat de kosten om dingen uit te proberen heel hoog zijn. Terwijl ze vaak juist laag zijn in vergelijking met de kosten van een falend project waar niemand meer echt in durft in te grijpen. Zo’n project dat twee keer langer duurt dan bedacht en inmiddels vier keer duurder is dan begroot. Dat hebben we allemaal wel eens meegemaakt.

Wanneer lukt het wel?

“Succesfactor van geslaagde innovaties is dat het hele beloningssysteem erop is ingericht. Dus stel eens andere eisen aan je veranderaars dan aan de mensen die de dagelijkse business runnen.

Ook is het belangrijk dat er een ‘beschermer’ van de verandering is (met mandaat en geld) en voldoende ‘organisatie geheugen’

Verloop heb je altijd, maar als niemand meer weet waarom dingen ook alweer anders moesten wordt volhouden lastig. Zichtbare acties zijn nodig (in tegenstelling tot glimmende presentaties met mooi klinkende voornemens)”. 

“Om werkelijk succesvol te blijven heb je verschillende soorten competenties nodig. Pioniers, die niet bang zijn voor verandering en voorturend kijken naar nieuwe mogelijkheden. Bouwers, die een idee van de pioniers om kunnen zetten in een werkend businessmodel en Stadsplanners, die het model van de bouwers doorgronden en vervolgens opschalen en herhaalbaar maken. En al die typen mensen hebben hun eigen aansturing en management methodiek nodig”.

Wat houdt veranderen voor jou aantrekkelijk?

“Iedere keer vind ik het weer fantastisch als ik mensen kan helpen om van een idee werkelijkheid te maken. Ik weet van tevoren misschien nog niet het eindpunt maar ik weet wel wat we onderweg kunnen tegenkomen, zodat ze zelf niet met een ‘machete’ door de struiken hoeven.

Iedereen kan innoveren, maar mensen zijn het ‘spelen’ verleerd en vinden het prettig als iemand ze die ruimte geeft en aan de hand neemt. Als het dan lukt heb je maar mooi het ‘onmogelijke mogelijk gemaakt’. Dat help ik mensen in organisaties graag bereiken”.

Next
Next

Kap met roeptoeteren over ‘diversiteit & inclusie’; doe het liever.